Schaak computers en hoe ze werken

Een schaakcomputer is, zoals het woord al suggereert, een computer waartegen je kunt schaken. De computer is eigenlijk een grote rekenmachine; hij berekent mogelijke zetten. Natuurlijk niet allemaal, dan ben je namelijk enorm lang bezig. Er zijn namelijk meer mogelijkheden in zetten dan er sterren zijn in de melkweg.... Een schaakcomputer berekent alleen de meest voordelige en nadelige zetten voor zijn kant. Zo een computer berekent over het algemeen 5 tot 30 zetten vooruit. Zo is het dus in principe moeilijk om een schaakcomputer te verslaan. Later zullen wij vertellen over hoe het Kasparov wel gelukt is een paar keer. Het zal een schaakcomputer nooit lukken als een persoon te kunnen spelen. Wij mensen spelen met emoties en gedachtes, soms nadelig maar vaak voordelig!


Het begin der schaakcomputers

In 1985 zijn 3 studenten (Feng-hsiung Hsu, Murray Campbell en Thomas Anantharaman) van de Universiteit van Carnegie Mellon te Pittsburgh, Pennsylvania begonnen met het maken van de eerste schaakcomputer. Deze computer noemde zij ChipTest en had 64 relatief eenvoudige chips die de berekeningen maakte voor het spel. Deze computer hebben ze later hermaakt en ChipTest-M genoemd. Die kon ongeveer 400.000-500.000 schaakstellingen per seconde uitrekenen, 10 keer meer dan de ChipTest.


Constructie

Deep Blue 1 bestond uit een RS/6000 SP-machine met 36 processors. De machine had in totaal 216 schaakchips. De schaakchips van Deep Blue 1 konden getuned worden met 6400 kenmerken.

Deep Blue 2 bestond uit een RS/6000 SP-machine met 30 P2SC-processors. 28 processors hadden een snelheid van 120 MHz en de twee andere processors hadden een snelheid van 135 MHz. De processors konden met elkaar communiceren via een highspeed switch. Elke processor was voorzien van 16 VLSI-schaakchips, waarmee het totaal van de machine kwam op 480 VLSI-schaakchips. Deep Blue 2 was in 1997 tweemaal zo snel als Deep Blue 1 in 1996. Deep Blue 2 kon 11.38 gigaflops rekenen, en stond hiermee op de 259e plaats van de meeste krachtige supercomputers.

Eén processor diende als masterprocessor. Deze rekende een hoofdboom uit. De bladeren van deze hoofdboom werden gevoerd aan de overige processors. Uiteindelijk werden de schaakchips aan het werk gezet. Deze schaakchips hadden als taak om gecontroleerd nog een aantal stappen verder te rekenen en daarna de stellingen te evalueren. Deze chips konden getuned worden met 8000 parameters.


Beroemde schaakcomputers

Één van de meest beroemde schaakcomputers is Deep Blue 1. Deze schaakcomputer is later vele malen verbeterd: Deep Blue 2, Deep Blue Jr. en Deep Blue Jr demo. Al deze computers hebben tegen beroemde schakers gespeeld. Meestal wonnen de computers van de mensen. Maar natuurlijk zijn er ook uitzonderingen. Het is sommige schakers zowaar gelukt om de computers te verslaan. Kasparov is daar een goed voorbeeld van. Hij speelde tegen Deep Blue 1 en uiteindelijk won hij van de computer. Deep Blue 2 is verbeterd met het doel om Kasparov en andere meester schakers te verslaan, zoals Joel Benjamin.


Beroemde wedstrijden

In 1996 daagde IBM Kasparov uit om tegen Deep Blue te schaken. De eerste partij van de wedstrijd resulteerde meteen in een 1-0 stand voor Deep Blue. IBM benaderde het schaken uit wiskundig oogpunt en dacht dat een computer met brute rekenkracht wel een menselijk schaker kon verslaan. Het was de eerste keer dat een computer een wereldkampioen versloeg. Uiteindelijk won Kasparov de match wel met 4 tegen 2, door de computer te laten denken dat hij over de ene kant aan aan het vallen was terwijl hij een aanval voor aan het bereiden was over de andere. In mei 1997 werd er opnieuw gespeeld. Nu speelde Kasparov tegen de vernieuwde Deep Blue. Hij kon 200 miljoen zetten per seconde berekenen en op deze manier ook nog 12 zetten vooruit denken. In de 1e, 2e en 6e wedstrijd maakte Kasparov een paar grote fouten (waarschijnlijk was hij van zijn stuk gebracht door een willekeurige zet van Deep Blue als gevolg van een bug) en zo kwam Deep Blue na een beladen match over 6 partijen uiteindelijk als winnaar uit de bus: 3.5-2.5. Kasparov heeft IBM daarna nog een aantal keer uitgedaagd, maar het is nooit tot een derde match gekomen.


Chess (de musical)

Chess is een musical met muziek geschreven door Benny Andersson en Björn Ulvaeus, beiden uit de pop group ABBA, met lyrics geschreven door Tim Rice. Chess gaat over een politiek gedreven schaaktoernooi in de koude oorlog tussen twee mannen: een Amerikaan en een Rus (toe nog Sovjet unie) en hun ruzie over een vrouw die de manager is voor de ene en houdt van de ander. Alhoewel de hoofdrollen niet bedoeld waren echte mensen voor te stellen was de Amerikaan losjes gebaseerd op Bobby Fischer en het verhaal zou geïnspireerd kunnen zijn door de schaakcarrières van Viktor Korchnoi en Anatoly Karpov.

Origineel had Tim Rice, in de mid jaren zeventig, het idee een musical te schrijven over de ‘Cuban missile crisis’ samen met de zeer bekende en zijn gewoonlijke componist Sir Andrew Lloyd Webber, die bekend staat om zijn zeer bekende stukken zoals Jesus Christ Superstar, the Phantom of the Opera en Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat, maar daar kwam niks van. Toen in de late jaren zeventig kwam Tim Rice op het idee een stuk te schrijven over het, al lang staande, schaak-conflict tussen de VS en de Sovjet Unie.

Toen Chess uitkwam vond men het een zeer indrukwekkend stuk, omdat het zogenaamd de intenties van de koude oorlog liet zien uit de jaren tachtig, met in het stuk delen te zien van de xenofobische ideeën uit die tijd. De musical wordt vaak gezien als een metafoor voor de koude oorlog. Met het idee dat de koude oorlog, net als schaken opzicht een manipulatief spelletje is. Uitgebracht tijdens het hoogtepunt van de anti-communistische agenda speelde Chess een grote rol in het verklaren van de politieke sfeer van die tijd. Chess werd voor het eerst gespeeld in 1986 in de Londonse West-end.